Glossary

In deze begrippenlijst leggen we veelgebruikte termen uit rondom anodiseren, aluminium en oppervlaktebehandeling. Gebruik de zoekbalk of klik op een letter.

A

Afplakken

Het beschermen van delen van een product waar geen anodiseerlaag of behandeling mag plaatsvinden.

Alloy (legering)

Mengsel van aluminium met andere elementen, zoals magnesium of silicium, met specifieke eigenschappen.

Anodiseerlaag

De gevormde oxidelaag op aluminium; laagdikte wordt in micrometers (µm) uitgedrukt.

Anodiseerporiën

Microscopische open structuren die tijdens anodiseren ontstaan en kleurstoffen of nabehandelingen kunnen opnemen.

Anodiseerspanning

De elektrische spanning die gebruikt wordt tijdens het anodiseerproces en bepalend is voor laagdikte en hardheid.

Anodiseren

Elektrolytische oppervlaktebehandeling waarbij op aluminium een harde, slijtvaste oxidelaag wordt gevormd.

Ano-systeem

Het totale proces van voorbehandeling, anodiseren, kleuren en sealen volgens een vaste proceslijn.

B

Badparameters

Variabelen zoals temperatuur, zuurgehalte en stroomdichtheid die de kwaliteit van de anodiseerlaag beïnvloeden.

Borstelen

Mechanische voorbehandeling waarbij een gelijkmatige, matte structuur op het aluminium wordt aangebracht.

C

Chemisch polijsten

Voorbehandeling die het oppervlak gladder en glanzender maakt door gecontroleerde materiaalafname.

Chromateren

Chemische conversielaag op aluminium voor corrosiebescherming en betere hechting van lak of lijm.

Corrosiebestendigheid

Weerstand van het materiaal tegen aantasting door vocht, zuurstof en chemische invloeden.

Crust-laag

Buitenste deel van de anodiseerlaag dat tijdens sealen wordt verdicht voor maximale corrosiebestendigheid.

Current Density (Stroomdichtheid)

De hoeveelheid elektrische stroom per oppervlakte-eenheid; beïnvloedt laagdikte en poriestructuur.

D

Delta E (ΔE)

Meting van kleurverschil tussen monsters of batches; essentieel bij kleurvast anodiseren.

Doorlooptijd

De totale tijd van ontvangst tot verzending, afhankelijk van behandelingstype en ordergrootte.

E

Elektrolyt

Vloeistof waarin anodiseren plaatsvindt, meestal op basis van zwavelzuur.

F

Fijnmechanische onderdelen

Precisieonderdelen die nauwe toleranties vereisen en gevoelig zijn voor laagdiktetoename.

H

Hard anodiseren

Anodiseerproces met dikkere, zeer slijtvaste lagen, vaak toegepast op technisch zwaar belaste onderdelen.

Hardcoat Type 1

Hard anodiseren bij circa 350 V, waarbij meerdere kleuren mogelijk zijn, inclusief blank.

Hardcoat Type 2

Hard anodiseren bij circa 550 V; laag is doorgaans groen-grijs of zwart, afhankelijk van legering en kleurkeuze.

Hechtlaag

Een dunne conversielaag zoals SurTec 650 die zorgt voor betere adhesie van verf of lijm.

Hoogspanningsanodiseren

Proces met verhoogde spanning om een dikkere en hardere oxidelaag te vormen, gebruikt bij hardcoat anodiseren.

K

Kleurabsorptie

Het opnemen van kleurstoffen in de geopende poriën van een anodiseerlaag.

Kleurvariatie

Verschillen in tint tussen batches, onder andere beïnvloed door legering, procesbad en sealing.

L

Laagdiktegroei

De totale toename van materiaal door anodiseren; ongeveer 1/3 groeit naar buiten en 2/3 naar binnen.

Legering 6082 / 6060

Veelgebruikte aluminiumlegeringen met goede anodiseerbaarheid en structurele eigenschappen.

M

Maatvast anodiseren

Anodiseren waarbij door gecontroleerd beitsen en laagdiktebeheer de eindmaat binnen de tolerantie blijft.

Matlabon

Mat oppervlak dat ontstaat door chemisch beitsen voor een satin/matte look na anodiseren.

Micron (µm)

Een duizendste millimeter; eenheid voor laagdikte van anodiseerlagen.

O

Oxidefilm

De beschermende aluminiumoxide die tijdens anodisatie gecontroleerd wordt opgebouwd.

P

Passiveren

Voorbehandeling die het oppervlak chemisch stabiliseert en corrosiebestendiger maakt.

Poriegrootte

Diameter van de poriën in de anodiseerlaag; bepaalt hoe kleurstoffen en sealing reageren.

R

Ruwheidswaarde (Ra)

Maat voor de gladheid van het aluminiumoppervlak, gemeten in micrometers.

S

Sealen

Sluiten van de poriën in de anodiseerlaag, waardoor corrosiebestendigheid en kleurvastheid toenemen.

Stroomgeleiding (klemtechniek)

De methode waarmee het product tijdens anodiseren elektrisch verbonden wordt met de rekken of stangen.

Substraat

Het basismateriaal waar de anodiseerlaag op wordt opgebouwd.

SurTec 650

Chromaatvrije conversiecoating op aluminium, gebruikt als corrosiebescherming en hechtprimer.

T

Tolerantieafwijking

Verschil tussen gewenste eindmaat en werkelijke maat na anodiseren.

Type II / Type III Anodising

Internationale classificaties waarbij Type II standaard anodiseren is en Type III hardcoat anodiseren.

U

Ultrasoon Reinigen

Reinigingsproces waarbij trillingen vuil en olie losmaken van het aluminiumoppervlak.

V

Verzegelen (Sealen)

Het dichtzetten van poriën in de anodiseerlaag om de corrosiebestendigheid te verhogen.

Z

Zwavelzuurbad

Standaard elektrolyt voor het anodiseerproces, bepalend voor laagopbouw en poriestructuur.

Scroll naar boven